In dialoog jezelf ervaren

In mijn praktijk kom ik regelmatig mensen tegen die over zichzelf vertellen in de derde persoon. De kunst is om de ander zijn eigen verhaal te laten vertellen. Dus in de ‘ik vorm’. De kracht hiervan is dat de klant letterlijk kan ervaren dat wat hij zegt over hemzelf gaat. Dat híj diegene is die het zo ervaart en voelt. Het komt als het ware ‘meer’ binnen.

Maarten

Neem nu deze casus van Maarten*. Een 26 jarige man die zijn studie niet heeft afgerond. Hij woont na 6 jaar in een studentenhuis weer thuis bij zijn moeder. Zijn vader is overleden toen hij 24 jaar was en zijn zus woont samen met haar vriend. Maarten heeft zich bij mij aangemeld omdat hij veel pijn en spanning in zijn lichaam ervaart en niet weet waar dit vandaan komt.

Een klein kijkje in de keuken:

Petra: Vertel eens wat meer over wat er gebeurd als je ruzie krijgt met je moeder

Maarten: Nou, je weet wel, als ze weer zegt dat ik nooit wat af maak dan voel je zo je hele borstkas samentrekken. Die kritiek. Ik word dan geïrriteerd en wat bozig en dan ga je het uit de weg. Je wilt toch geen ruzie hé. Wie wil er nu wel ruzie?

P: Kan je ‘ik’ zeggen op de plaats waar je nu ‘je’ zegt?

M: Ik voel mijn borstkas samentrekken, bedoel je?

P: Ja, “Als mijn moeder zegt dat ik nooit wat afmaak voel ik mijn borstkas samentrekken. Ik word geïrriteerd en boos”

M: Als mijn moeder zegt dat ik het niet goed doe dan word ik boos. …

Maarten maakt zich wat groter en zegt terwijl hij me recht aankijkt met meer volume:

M: Ja, ik word boos. En ik ga het uit de weg. Ik wil het niet uit de weg gaan. Ik wil voor mezelf opkomen. Wie denkt ze wel dat ze is dat ze mij nog de les kan lezen! Ik ben toch 26, dan is dat toch niet normaal? Ik bepaal zelf!

Maarten kleurt zichtbaar in zijn gezicht en zet zijn voet, die eerder over zijn andere knie lag hard op de grond.

P: Ik zie en hoor dat je nu ook boos bent.

M: Ja!

Maarten zet zijn voet nogmaals stevig op de grond en balt zijn vuist.

M: Ik ben boos maar kan dat niet…

Ik zie Maarten haast letterlijk ‘kleiner’ worden. Zijn schouders zakken naar voren en hij wrijft in zijn handen. Alsof hij zijn gebalde vuist wil ‘wegwrijven’

P: Wat kan je niet?

M: Ik kan niet boos zijn op mijn moeder, weet je, ze heeft het het al zo moeilijk nou m’n vader er niet meer is. Ik zie dat ze het eigenlijk niet aankan. Hoe kan ik dan boos op haar zijn?

Doordat Maarten “Ik” in plaats van “Je’ in zijn zinnen kan zeggen kan hij op dit moment zijn boosheid ervaren. Daarnaast kan hij meteen voelen hoe hij zijn boosheid inhoudt en wat dit inhouden met zijn lichaam doet. Omdat je alleen maar kan werken en leren in het NU blijkt dit een goede opening om op dit moment met de boosheid én het verdriet aan de slag te gaan. Zo hoeft hij op dit moment zijn boosheid niet in te houden door zijn spieren te spannen en zijn woorden in te slikken maar kan hij erover vertellen en zijn boosheid in zijn lijf ervaren zonder zijn moeder pijn te doen met zijn woorden.

Bijzonder vertrouwen

Mooi vind ik het om bij dit proces van de ander aanwezig te zijn. Om de ander te zijn in de dialoog. Om te zien hoe iemand ontdekt wat zijn woorden eigenlijk betekenen. Bijzonder ook als de ander dit in contact met mij kan doen, wil doen. Dat ik als het ware het vertrouwen krijg om mee te kijken in een stukje van zijn leven. Op dit soort momenten knijp ik in mijn handjes en voel dat dit is waar het in het leven om gaat. Echt contact van mens tot mens.

* Namen zijn gefingeerd en niet tot de persoon te herleiden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *